Van deze reeks bestaat ook een vrouwelijke variant, waarbij u de vrouwelijke lijn volgt: moeder, grootmoeder, overgrootmoeder, betovergrootmoeder, enzovoort. Dit wordt een matrilineaire reeks genoemd.
Bij het maken van een kwartierstaat worden de gegevens van alle voorouders verzameld van één bepaalde persoon: zijn (of haar) ouders (2), grootouders (4), overgrootouders (8), betovergrootouders (16), enzovoort. Elke generatie verder terug verdubbelt het aantal voorouders (“kwartieren”). De persoon waarvan de kwartierstaat wordt gemaakt noemt men de proband.
De onderzoekvormen die we tot nu toe beschreven werken terug in de tijd. Ze volgen de verwanten in opklimmende of opgaande lijn, de ascendenten. Daarnaast zijn er onderzoekvormen die vanuit het verleden de dalende lijn volgen richting van het heden, op zoek naar afstammelingen ofwel desendenten. Dit zijn de genealogie en de parenteel.
Gaat u uitzoeken wie er in mannelijke lijn van uw stamvader en zijn echtgenote(s) afstammen, dan maakt u de genealogie van uw familie. U begint met het gezin van de stamvader. U verzamelt de gegevens van zowel zoons als de dochters, maar zet het onderzoek uitsluitend voort met de zoons. Ook van hen noteert u de gegevens van het gezin, om de uitwerking daarna te volgen met hun zoons, enzovoort.
Werkt u de afstammelingen ook in vrouwelijke lijn uit dan maakt u een parenteel. Nemen we hetzelfde gezin van de stamvader als
uitgangspunt dan noteert u ook de gegevens van het gezin van de dochters, van hun zonen èn dochters, enzovoort.